Enschede-Losser

(samenvatting van een lezing door de heer Vreeken van Vreeken Zaden uit Dordrecht)

Zaaien in de volle grond

Veel planten kun prima in de volle grond worden gezaaid. De heer Vreeken maakt bij het volle-grondzaaien het volgende onderscheid:

-        Eenjarige planten: de zogenaamde voorjaarskiemers, die in januari of februari al ontkiemen.

-        Zomerkiemers: deze hebben warmte nodig om te ontkiemen.

-        Najaarskiemers: hieronder vallen de winterharde eenjarigen en veel wilde planten.

-        Koudekiemers: hebben kou nodig om tot ontkieming te komen.

 

Hoe gaat het zaaien in de volle grond in zijn werk? Op de plek waar je wilt zaaien vermeng je potgrond met de bestaande grond. Zaai vervolgens op de juiste plek, want het is niet de bedoeling om de planten daarna nog te verplanten. Druk de zaden aan en maak de grond vochtig. Vervolgens dek je het zaaibed af met oude lappen of kranten. Het is daarna zaak het zaaibed iedere dag te inspecteren. Zodra de zaden ontkiemen haal je de lappen of kranten uiteraard weg. Het zal vaak nodig zijn het zaaisel uit te dunnen. Als de plantjes namelijk te dicht op elkaar staan worden de stengels te dun. Zet tussen de jonge plantjes meteen snoeihout als steunmateriaal.

 

Voorzaaien

Sommige planten kun je prima in de volle grond zaaien, maar er zijn ook soorten die je moet voorzaaien. Binnen die laatste groep kan onderscheid gemaakt worden tussen:

-        Warmteminnende snelkiemers: deze ontkiemen bij een temperatuur van tussen de 25 en 30 graden Celsius. Veel eenjarigen zijn warmtekiemers.

-        Koelkiemers: zaden die in koele omstandigheden (maximaal 5 graden Celsius) ontkiemen en verder warmer opgekweekt moeten worden.

-        Koudekiemers: deze zaden hebben het signaal koude nodig om tot ontkieming te komen. Veel meerjarge planten die uit bergachtige gebieden afkomstig zijn zijn koudekiemers.

 

Waarom zou je voorzaaien? Bij sommige soorten is voorzaaien noodzakelijk, bijvoorbeeld omdat de zaden heel fijn zijn, of het heel dun zaad betreft. Soms hebben de planten een lange groeiperiode en als je dan in april of mei in de volle grond zaait, komen de planten te laat in bloei. In zo’n geval ga je deze planten dan al eerder (soms al wel medio december) voorzaaien. Dit geldt bijvoorbeeld voor paprika en aubergine. Een laatste reden om planten voor te zaaien kan zijn dat de vogels of de muizen de zaden opeten als je ze in de volle grond zaait.

 

Het tijdstip dat je begint met voorzaaien hangt af van de groeikracht. Trage groeiers, zoals siertabak en salvia, zaai je vroeger dan snelle groeiers.

De meeste zaden zijn geen lichtkiemers; een plekje op of naast de radiator is dan prima.

Dit bakje moet niet te ondiep zijn, een diepte van 3 cm. of meer is aan te raden.

In het zaaibakje doe je zaaigrond. Vreeken verkoopt blokken cocopeat. Een blok cocopeat (grootte baksteen) meng je met 3 tot 4 liter water en 1 liter zand (zilverzand). Deze zaaigrond blijft luchtig, en door het zand blijft het net wat vaster.

Bepaalde planten zijn lastig te verplaatsen, bijvoorbeeld dille en cosmea. Deze soorten kun je beter in turfmolmbakjes voorzaaien zodat de jonge plantjes later met potje en al in de tuin kunnen worden gezet.

De zaaigrond druk je licht aan. Dan kun je gaan zaaien. En wat is dan een goede zaaidiepte? Heel fijn zaad wordt oppervlakkig gezaaid. Met een keukenzeefje strooi je er daarna grond overheen. Grote zaden duw je in de grond tot halverwege het zaaibakje, dus 1 tot 1,5 cm. diep. Daarna maak je de grond vochtig met lauw water en een nevelspuitje. Als je dit met een gieter doet loop je kans dat alle zaden naar een kant drijven. Op het zaaibakje zet je de bijbehorende deksel, of je spant er plastic overheen. Op die manier blijft de grond goed vochtig.

Vervolgens moet je iedere dag kijken of de zaden opkomen. Het zaaibakje moet dan worden afgehard. Je moet het bakje lichter en koeler zetten, op een plek waar het zo’n tien graden koeler is. De planten moeten ook wennen aan droge lucht. Als je het kapje er echter in 1 keer af haalt, loop je kans dat de plantjes verbranden. Doe dit dus in stappen: de eerste dag doe je aan een kant een houtje (liggend) tussen het bakje en het kapje. De tweede dag zet je het houtje hoger. Daarna kan het kapje er helemaal af.

De zaailingen worden vaak nog een keer verspeend, dat wil zeggen dat ze apart in een potje worden geplant. Zeker als er veel zaad is opgekomen is dat nodig omdat de plantjes elkaar anders verdrukken.

 

Koudekiemers

Meerjarige planten die in koudere gebieden groeien (hoog in bergen, dan wel dichter bij de polen) zijn koudekiemers. De zaden van deze koudekiemers blijven in rust zolang er geen koudeperiode overheen is gegaan. Pas na een koudeperiode volgt ontkieming. Bij een kwakkelwinter kun je die koudeperiode nabootsen door de zaden kort (maximaal 1 uur) in de diepvries te doen. Daarna zaai je ze buiten ter plekke of in een zaaibakje.

 

Koelkiemers

Bij koelkiemers meng je zaad en zand en maak je dat vochtig. Daarna zet je dit mengsel een paar dagen in de koelkast.

 

Harde zaden

Harde zaden hebben vaak problemen met het opnemen van vocht. Een tip: wrijf de zaden tussen twee stukjes schuurpapier. Daardoor wordt de huid beschadigd. Daarna week je de zaden een nachtje in lauw water. Een andere mogelijkheid is de zaden 3 of 4 tellen in water van 85 graden Celsius onder te dompelen, en er dan koud water bij te doen.

 

Diversen

Kattesnor zaaien wil wel eens moeilijk zijn. Als na drie weken geen ontkieming heeft plaatsgevonden wil het nog wel eens helpen de zaaibakjes een paar dagen in de koelkast te zetten.

Knoflook moet in november worden gezaaid. Zandgrond moet goed worden bemest. Doe er veel compost bij, en ook organische mestkorrels en patentkali. Tijdens de groei mogen de knoflookplanten niet te droog staan. Zorg voor een mulchlaag van natuurlijk materiaal (bijvoorbeeld gras of houtsnippers).

De optimale bewaartemperatuur voor aardappelen is 4 graden Celsius. Zorg bij een hogere temperatuur altijd voor een goede circulatie. Aardappelen moeten altijd op een donkere plek.